Holy lord we hebben echt zo ontzettend veel gedaan dat ik
gewoon niet eens weet waar ik moet beginnen. Ik denk maar bij het begin. We
vlogen vanuit Hanoi in 50 minuten naar Vientiane, Laos. Toen we daar uitstapten
viel één ding direct op: WARMTE!! Het was gelukkig gewoon weer warm! Dus
hatsee, aan de kant die trui en legging en shorts en shirt here we come! Een
busrit van ca. 45 minuten bracht ons naar ons hotel. De hele dag lag nog aan
onze voeten, of nouja een halve maar genoeg tijd om samen met Jonas, Ingo en
Kassey een paar fietsen te huren en op zoek te gaan naar die ene toeristische
attractie in Vientiane: één of andere gouden tempel (sorry voor het licht
aanwezige cynisme in deze zin maar we zijn echt een beetje temple-tired dus zo
speciaal vinden we het allemaal niet meer..). We kregen zo ook de kans om de
stad een beetje te verkennen en het was een aangename afkoeling. Waar fietsen
in Vietnam echt onmogelijk is vanwege het drukke verkeer is dit in Laos
compleet tegenovergesteld. Fietsen in Laos is echt ontzettend leuk. Lekker
rondcrossen op je brikkie, gaan en staan waar je wilt en nog relatief snel ook.
Veel sneller dan te voet! We kwamen eerst bij een soort van Arc de Triomph die
we voor minder dan 3 euro konden beklimmen: wat weerhield ons daarvan. Niks.
Dus op naar de top, even genieten van het uitzicht, en snel weer verder want we
waren op een missie: gouden tempel. Fietsie weer opgepakt en verder gecrossd.
Tadaaaa, gouden tempel gevonden! Aangezien het nu rond drie-vier uur ’s middags
liep was het zonlicht erg mooi. Dat in combinatie met het goud van de tempel en
de andere kleuren rondom het complex maakten het geheel echt een mooie ervaring!
Kleurrijk Laos stelde zich even aan ons voor. We waren net te laat om de tempel
nog in te kunnen maar eromheen lopen was ook wel prima eigenlijk. Na wat
rondgeslenterd te hebben vonden we het wel weer mooi geweest en we besloten
daarom maar om terug te gaan naar het centrum van Vientiane en om naar de Mekongrivier te fietsen aangezien daar een
leuk marktterrein was. Daar hebben we wat tijd gespendeerd en toen was het
alweer tijd voor diner. Terugkomen naar het hotel was nog wel een aardige
bijeenkomst. Dit werd nog een hels karwei aangezien alles in Vientiane
éénrichtingsverkeer is en je dus een klere-eind om moet fietsen, we vonden al
dat we ietwat gemakkelijk en snel bij de rivier aankwamen.. Zonder
tegenliggers.. Eind goed, al goed. We vonden het hotel op tijd terug, gingen
een hapje eten bij een lokale tent en snel ons bed weer in want de volgende
ochtend mochten we er bij het vroege ochtendgloren alweer uit voor een busrit
van 6 uur naar Vang Vieng. Tot dusver Vientiane. Het beviel ons direct al
honderd keer beter dan Vietnam. Het kon dus alleen maar beter worden!
Dat dacht je. Ik ben nooit wagenziek, tot ik in een bus zit
richting Vang Vieng. Die weg was onverhard en bevatte meer haarspeldbochten dan
wanneer je van Frankrijk naar Spanje probeert te komen over de pyreneeën. Het
was echt een hel eersteklas, die 6 uur duurde. En het beste moest nog komen. We
hadden anderhalve dag in Vang Vieng en vervolgens zouden we, PER BUS, verder
reizen naar Luang Prabang: een reisje van maar liefst 8 UUR!! Je kunt je
voorstellen hoe ik hier naar uitkeek. Maar goed. We kwamen dus, kotsmisselijk
en wel, aan in Vang Vieng en daar hadden we het echt een uiterst chill
guesthouse. Na wat middeltjes van Kassey was ook ik er na anderhalf uur weer
helemaal bovenop. De activiteiten die we in Vang Vieng konden doen waren
onderanderen: rockclimbing, mountainbiking, tubing, kayakking, hiking, enz.,
enz., enz., Kortom. Teveel om te kiezen, maar we moesten wel. Daarom probeerden
we zoveel mogelijk in één dag te proppen. We begonnen de dag ’s ochtendsvroeg met
een halve dag rockclimbing en na de lunch gingen we tuben. Rockclimbing was
echt één van de tofste dingen van deze trip. Het ging allemaal zo gemakkelijk
en, even een schouderklopje aan mezelf, ik heb iedere route gehaald! Dat waren
er zeven in oplopende moeilijkheidsgraad, trots op mezelf, dat zeker. Ik hield
er alleen wat blauwe plekken en schaafwondjes aan over maar Ingo maakte een
ongelukkig klapper en daarbij schoot zijn schouder uit de kom. Op weg naar het
bootje om hem naar het ziekenhuis te brengen schoot diezelfde schouder gelukkig
weer in de kom en zo kon hij ’s middags gelukkig toch nog mee tuben! Tuben was
me de ervaring wel zeg. We waren ervoor gewaarschuwd dat het een uiterst
gevaarlijke activiteit is vanwege het overmatige alcohol en mushroom gebruik en
we werden daarbij op de feiten gedrukt dat er ieder jaar een aantal mensen
overlijden tijdens het tuben. Of we alsjeblieft voorzichtig wilden zijn. Tuben
was één groot feest! Superleuk, overal barretjes en seni-veilige attracties
zoals bambooglijbanen en touwen waarmee je jezelf het water in kunt lanceren.
Hoewel er bij ons helemaal niks is misgegaan en we echt de tijd van ons leven
hadden konden we ons ook wel voorstellen hoe hier inderdaad doden vallen.
Maarjaaaa, we had a blast! Ik zal het nog lang onthouden. In ieder geval voor
navolgende dagen want Kassey zag een spuitbus met spraypaint staan en dacht:
HAHA – die arm moeten we hebben (desbetreffende arm was mijn arm, de spraypaint
was echte spraypaint). Met als gevolg dat ik, nu, meer dan een halve week later
nog steeds met verfvlekken op mijn armen rondloopt en niks werkt om het eraf te
halen. Het werkte wel lekker mee aan de feeststemming, dat moet ik aan haar
meegeven. Gelukkig was iedereen sympatiek met mijn situatie en ook Ingo, Jonas
en Kassey zelf offerden zich op als pallet. Toch leuk dat ik er iedere ochtend
weer aan herinnerd wordt: ‘I LOVE LAO’ – op m’n arm. ’s Avonds waren we echt
kápot. Het was dan ook een uiterst drukke, maar ook uiterst goed bestede dag.
We konden eigenlijk wel janken dat we er al zó snel weer weg moesten. We hadden
liever minder dagen gehad in Vietnam en meer dagen in Vang Vieng. Er is daar
gewoon zóveel wat je eigenlijk MOET doen. Ik kom daar zeker nog een keertje
terug.
Maar goed. De volgende dag was alweer daar: 8 uur durende rit van hel
naar Luang Prabang – het pittoreske UNESCO-dorpje van deze trip. Gelukkig had
ik in Vang Vieng bij de lokale pharmacy wat motionsickness-medication gehaald
dus deze rit viel mee, hij was ietsje minder erg maar nog steeds was ik
ontzettend blij toen we eindelijk in Luang Prabang aangeland waren. In Luang
Prabang hadden we eigenlijk een net zo’n chill guesthouse als in Vang Vieng.
Dat doet Laos goed. Luang Prabang was alweer onze laatste grote
Laos-bestemming. Op wat watervallen na is er
in Luang Prabang niet heel veel te beleven dus wat gingen we doen:
JUISTEM, een mooie waterval bezoeken waar we goddank ook in mochten zwemmen!
Een andere bijzondere ervaring op die dag was dat we de kans hadden om voedsel
te geven aan de monniken om zes uur ’s ochtends. Daarvoor moesten we wel om
5.10U ons bed uit, maar dat was het méer dan waard. Dus om half zes stonden ik,
Jonas en Kassey samen met Nuddy klaar om sticky rice uit te delen aan de
monnikken. Het is altijd de vraag of iets de moeite waard gaat zijn of dat het
één grote toeristische attractie is (zie sunrise in Angkor Wat..). Giving the
Alms zoals het in het Engels heet IS ZO ONTZETTEND DE MOEITE WAARD. Het is echt
één van de mooiste dingen die ik deze trip gedaan heb. Het is zo simpel (nou
eigenlijk niet, want het heet niks voor niks ‘sticky rice’ en die monnikken
lopen verdomd snel voorbij waardoor het een soort van speedrace is om op tijd
een balletje plakkerige rijst in hun kommen te gooien) en het betekend toch
eigenlijk zo ontzettend veel. Voor de waterval moesten we om half tien klaar
staan in de lobby, dus hadden we mooi nog even tijd om wat gemiste slaap in te
halen. De waterval was erg mooi. We konden helemaal naar de top klimmen, we
vergaten even dat omhoog altijd makkelijker is dan naar beneden en toen we tot
de conclusie kwamen dat de afdaling ons eigenlijk een beetje aan ons
rockclimbing avontuur deed denken voelden we ons toch wat minder veilig.. Want
we hadden bij deze afdaling geen safetyropes.. Gelukkig kwamen we er zonder
kleerscheuren vanaf. We hadden het wel stikheet dus we besloten om maar snel
het zwemgedeelte van de waterval op te zoeken. Laat het nou net zou zijn dat
hier een touw aan een uitstekende boom hing. Dat kan maar om één ding vragen:
jaja, slingerennnnnnn! Dat is echt de leukste manier om jezelf in het water te
krijgen, dat kan ik nu met zekerheid vast stellen nadat ik dit in Laos meerdere
malen heb mogen uitproberen. We hebben een tijdje bij het water rondgehangen
tot we het wel weer welletjes vonden, terug naar het guesthouse en ’s avonds wederom
op naar de avondmarkt die daar iedere avond plaatsvindt. Dé plek om
Laos-souvenirs en t-shirts aan te schaffen. Het aardige van Laos-tshirts is dat
het daadwerkelijk goede katoenen shirts zijn, dus geen weggegooid geld in vergelijking
met Vietnam. Luang Prabang is een klein maar fijn stadje. We vonden het niet
heel jammer dat we hier weer weg moesten, we vonden het wel heel jammer dat het
verlaten van Luang Prabang het einde van onze Laos-experience inleidde. We
gingen op weg naar onze slowboat die ons in twee dagen stroomopwaarts over de
Mekong naar de Thaise border zou brengen. Ja, we hebben twee dagen op een boot
gezeten, met een overnachting in Pak Beng. Het kleinste dorp op aarde. De
boottocht was lang maar niet heel erg saai. Jonas en ik hadden in Pak Beng maar
wat papier aangeschaft om te kunnen kamertje-verhuren als tijdsverdrijf en Ingo
vond hier en daar nog een nieuw engels boek om te lezen. De rest van de tijd
sliepen we op de busbanken die in de boot stonden of zaten we te klieren met
pringles en kussens. Het was gelukkig geen hele kleine boot, maar twee dagen
was meer dan genoeg. Na Pak Beng moesten we nog een aantal uur op de boot
voordat we de Thaise border bereikten. Op het punt waar we aan land gingen om
onze ik-vertrek-uit-Laos-stempel te halen is de Mekong rivier de grenslijn. Je
kon dus aan de ene kant Thailand zien en aan de andere kant Laos. We gingen dus
nog in Laos aan land om het officiële stempeltje te halen om vervolgens per
kleine longtailboat naar de Thailand-kant gebracht te worden. Daar haalden we snel
ons welkom-in-thailand-je-mag-blijven-tot-6-mei-stempeltje en hatsee, in de
songtaew (uitvergrote tuktuk) op naar het hotel. We hadden wederom een fijn
hotel (doet de touroperater erg goed!!) met uitzicht op de rivier, dus met
uitzicht op Laos. Aangezien het droogseizoen is, is de Mekong ongeveer toe aan
z’n laagste waterstand wat ook betekend dat de te overbruggen afstand naar Laos
maar ongeveer 200 meter was.. Toen we van diner terugliepen naar het hotel
konden we een groot feest horen aan de Laos kant. We hadden nog even het idee
om naar de overkant te zwemmen, de feesten en weer terug te zwemmen naar
Thailand maar bij nader inzien besloten we dit toch maar niet te doen aangezien
we bij een mogelijke arrestatie het olifantrijden in Thailand zouden moeten
missen. Dat gaat natuurlijk niet gebeuren. Dus wij, als verstandig groepje
wijze jongeren, besloten om maar op tijd naar bed te gaan aangezien we ook de
volgende ochtend weer lekker vroeg (half zeven) bij moesten staan voor een
busrit naar Chiang Mai. De busrit van Chiang Khong naar Chiang Mai nam
vanochtend zo’n 5 uur in beslag, maar we hadden twee uiterst chille minivan’s
voor twaalf personen dus dat was echt geen enkel probleem. De tijd vloog
voorbij en voor we het wisten stonden we in Chiang Mai. Een leuk maar
emotioneel ding was/is dat we in precies hetzelfde hotel verblijven als waar ik
met mijn familie in 2009 verbleef. Eerst was ik euforisch maar al snel werd ik
een beetje emotioneel, want ik mis mijn familie natuurlijk echt enorm en de
herinneringen aan de geweldige Thailand-vakantie werden me net iets te veel.
Gelukkig heb ik echte de beste roommate die ik me kan wensen en Kassey wist me
weer tot bedaren te brengen. Ik mis kickbox echt zo ontzettend, daarom had ik
aan onze CEO gevraagd of ze misschien een training voor me kon regelen in
Chiang Mai. Dit kon ze en om twee uur ging ik dan ook met haar naar een kleine
gym in de buurt om mijn eerste lesje echte Muay Thai te ontvangen. De
warming-up alleen al was compleet anders dan thuis. Je krijgt eerst een massage
en vervolgens mocht ik tien minuten lang gaan touwtjespringen. Gevolgd door een
half uur keihard zakwerk om daarna de ring in te gaan om te gaan padsen alsof
het niks is. Ik was echt kapot maar ik heb meteen al zoveel geleerd. De hitte
maakt het allemaal nog extra zwaar maar ik hoop dat ik daar wat aan ga wennen
als ik straks voor langere tijd ga trainen. Ik vond het nu echt al een topervaring.
En ik kan niet wachten tot de volgende training!
Zo, een heel verhaal. Ik hoop dat iedereen nu weer een
beetje op de hoogte is. Natuurlijk heb ik ook weer een kilo aan foto’s maar die
doe ik even een andere keer. Morgen gaan we als het goed is naar de olifanten
en hebben we ’s avonds de nachttrein naar Bangkok. Daarna is de trip over, iets
waar ik helemaal niet overna wil denken. Ik wil gewoon met deze mensen blijven
tot het einde van mijn reis. Deze groep is echt geweldig. Gelukkig hebben we
nog twee dagen. We gaan er wat van maken! Ik hou jullie op de hoogte!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten